Panaque sp. L204

een artikel over de Panaque sp. L204 door Pleco Fanatic

Het is 18 aug 2018, 7:05


Panaque sp. L204

In dit artikel ga ik het hebben over één van de meest geliefde Loricariidae soorten, de Panaque sp. L204 oftewel de ‘Flash pleco’. Het gaat hier om een echte schoonheid, vooral als deze dieren jong zijn, hebben ze schitterende kleuren en een fraai patroon. Als de dieren volwassen worden, verliezen ze helaas het meeste van de gouden banden die over hun lichaam lopen, en worden ze bijna geheel zwart. Jullie mogen best weten dat de L204 voor ondergetekende in de top 3 staat van favoriete vis soorten!

Afbeelding
Een mannelijke Panaque sp. L204

De Panaque sp. L204 komt uit Peru, meer specifiek uit de Rio Alejandro, Marañón en Ucayali. Dit zijn rivieren die wat hoger gelegen liggen dan de meeste Zuid Amerikaanse rivieren. Ze liggen namelijk op de hellingen van het Andes gebergte. Je zou hier dus een wat lagere temperatuur verwachten dan die van bijvoorbeeld de Rio Xingu, maar niets is minder waar! Ook hier ligt de temperatuur rond de 28 tot 30 graden Celsius met een koelere periode van ongeveer 24 graden Celsius. Dat gezegd hebbende, verschilt de habitat van de L204 op andere punten wél sterk van de meeste Zuid Amerikaanse rivieren. Vooral wat betreft de waterwaardes komen we hier haast Tanganyikaanse taferelen tegen. De ph kan in deze rivieren namelijk wel stijgen tot 8,6 waarbij de geleidbaarheid rond de 200 microsiemens ligt en de hardheid ook flink kan oplopen, tot wel 15 gh! Toch hoeven we deze omstandigheden niet na te bootsen in het aquarium. De L204 heeft een groot aanpassingsvermogen en zal zich prima weten te handhaven in aquaria met een ph waarde ergens tussen de 6,5 en de 8,5 en een hardheid van tussen de 3 en de 15 gh. Hierdoor, en door zijn relatief geringe maximale lengte, is deze soort erg goed te houden (en te kweken) in de meeste aquaria!

Afbeelding
bron: wikipedia

De genus Panaque bestaat uit 40 verschillende soorten waarvan er ten tijde van schrijven 11 wetenschappelijk beschreven zijn. Hiervan genieten 2 soorten een speciale status van bekendheid, namelijk de Panaque maccus en de Panaque nigrolineatus. Een tijdje terug kwamen een aantal Duitse ichtyologen van het aquarium magazine DATZ met de idee om alle kleine Panaque soorten te scheiden van hun grotere broers en onder te delen in een nieuwe genus, Panaqolus. De Panaque maccus en ook de L204 werden in deze nieuwe genus ingedeeld. PlanetCatfish volgde al snel en nam deze theorie over. Vandaag de dag zijn alle kleinere Panaque soorten weer terug in de originele genus, aangezien de meest gewaardeerde wetenschappers en ichtyologen het niet eens waren met deze ontwikkeling. Panaque blijft het dus, de idee van een nieuwe genus Panaqolus is achterhaald en wordt amper nog gebruikt tegenwoordig.

Een Panaque herken je het beste aan zijn gebit. De zuigmond is namelijk bewapend met zeer sterke tandjes die de vorm van een lepel hebben. Deze tandjes hebben Panaque soorten dan ook hard nodig om hun favoriete voedsel af te schrapen. Ze eten namelijk voornamelijk hout, daar zijn ze helemaal op afgesteld. Anders dan de meeste Loricariidae, die stukjes hout afschrapen om hun spijsvertering te regelen, halen Panaque soorten voedzame deeltjes uit het hout. Het zal je dan ook niet verbazen dat de habitat van de L204 en van alle andere Panaque soorten bezaaid ligt met dood hout dat naar de bodem is gezonken. Hier nemen de Panaques schijnbaar geen genoegen mee. Er gaan verhalen van lokale vissers die lijdzaam moeten toezien hoe Panaques hun kano’s beschadigen en zelfs hele steigers aan gort vreten! Hierdoor zijn Panaques bij de lokale bevolking niet geliefd, maar eigenlijk kunnen zij de vissen niets verwijten. Ze maken immers zelf hun kano’s van Yucca hout, en laat dat nou net het favoriete hout soortje zijn van elke Panaque! Daarnaast eten ze in het wild ook algen, overhangende bladeren en dierlijk voedsel.

Afbeelding
Het opmerkelijke gebit van de L204

Zoals gezegd is de L204 prima te houden in het aquarium. De vis wordt ongeveer 14 cm en heeft daarom minimaal een aquarium van zo’n 200 liter nodig. Door de fel gouden banden op het lichaam zal de vis goed opvallen in het aquarium, zelfs als men er een donkere bak van maakt. Als de L204 jong is, is hij zeer verdraagzaam. Naarmate de vis ouder wordt, zal hij steeds meer territoriaal worden. Daarom is het belangrijk om deze robuuste vis soort niet met kleinere of meer fragiele bodem bewoners te combineren.
De waterkwaliteit is niet zo heel erg belangrijk, de L204 zal zich prima voelen bij neutrale waterwaardes, zoals dat bij ons allemaal uit de kraan komt. Als voedsel staat natuurlijk hout op het menu. Het is van belang om de stukken hout regelmatig te vervangen, aangezien hout door deze vissen in razend tempo opgegeten kan worden. Hiernaast kan men de bekende groentes voeren en af en toe wat dierlijk voedsel wordt erg op prijs gesteld. Pas op met achterwanden! Panaques kunnen je dure achterwand in de kortste tijd kapot knagen!
De L204 is sinds 1996 verkrijgbaar in de handel. In dit zelfde jaar kreeg de vis van DATZ het L nummer 204 toegewezen. Sindsdien zijn er meerdere pogingen ondernomen om deze vis wetenschappelijk te beschrijven en van een soortnaam te voorzien, maar helaas was er geen consensus omtrent die soortnaam en blijft de vis nog steeds onbeschreven.

Het geslachtsonderscheid is bij jonge vissen niet te zien. Pas als de vissen de 8 cm bereiken kan het geslacht worden vast gesteld. De mannetjes krijgen dan namelijk een zeer behaarde of stekelige staart, de vrouw krijgt dit niet, of in veel mindere mate. Verdere odontodes op het lijf bieden geen houvast. Zowel de man als de vrouw L204 heeft even grote kieuw odontodes en de odontodes op de borstvinnen zijn amper aanwezig. Verder zijn volwassen vrouwen veel boller en ronder dan mannen, dit kan je het beste van boven af zien. Het stekelige achterste gedeelte van het lijf blijft daarom het duidelijkste kenmerk!

Afbeelding
De staart van een L204 mannetje

De kweek van de L204 is in vergelijking met andere soorten Loricariidae vrij eenvoudig. Voor deze soort is osmose water namelijk niet nodig. Eventueel kan men de hardheid wat naar beneden brengen met turf in de filter, maar een gh van 5 of 6 is prima voor de kweek, dus dat is lang niet altijd nodig. Dit ligt dus aan de waardes van het kraanwater wat je gebruikt. Wat wel erg belangrijk is bij de kweek van de L204 (en bij de kweek van alle soorten Loricariidae) is geduld. Het ‘triggeren’ van afzetten van eitjes is namelijk haast onmogelijk. Er zijn door bepaalde mensen testjes uitgevoerd op dit gebied, onder andere met enorme, koelere water verversingen, hoge en lage luchtdruk gebieden en temperatuursverschillen, maar van een ‘trigger’ effect blijkt geen sprake te zijn.

De kweekbak richt men het beste in met een dunne laag zand op de bodem en veel, heel veel kienhout in de bak. Je kan hierbij het beste meerdere soorten hout gebruiken, aangezien Panaques uit elke houtsoort weer andere voedingsstoffen halen. Ook het gebruik van kleine en grotere stenen in de kweekbak moet worden toegejuicht. Tussen stenen kunnen de vissen namelijk rustig eten, zonder dat de sterke stroming al het eten voor hun neus weg blaast. Zoals gebruikelijk is hier ook een sterke stroming vereist. De legholen leg je het beste met de opening tegen de stroming in, zodat er vers water door het hol wordt geblazen. Legholen voor de L204 moeten ongeveer 15 tot 18 cm lang, 3 tot 4 cm breed en aan 1 kant gesloten zijn.

Waterwaardes zijn dus relatief gezien minder belangrijk bij de kweek, maar mogen zeker niet genegeerd worden. Panaques produceren veel organisch afval en daarom is het aan te raden om 2 of 3 keer per week water te verversen, zodat het nitraat gehalte niet boven de 5 mg/l uitkomt. Daarnaast is de gasuitwisseling van het water van dermate groot belang dat men dit niet over het hoofd mag zien. Co2 moet zo laag mogelijk gehouden worden, dit kan je bewerkstelligen door een stromingspomp aan het oppervlakte te laten blazen, en door veel en vaak water te verversen. Zuurstof (o2) moet in zo groot mogelijke mate aanwezig zijn, dit is soms lastig te bereiken in een kweekbak waar men de temperatuur tussen de 27 en 29 graden Celsius houdt!

Een ideale kweekgroep bestaat uit 3 of 4 mannen en 5 of 6 vrouwen. Voor een dergelijke groep van deze vissen is een bak van 300 tot 500 liter aan te raden, bijvoorbeeld een aquarium met de volgende afmetingen: 160x60x50

Vrouwen in de kweekgroep zullen geen belangstelling tonen voor de legholen. De mannetjes daarentegen zullen meteen hun intrek nemen en als je op dit moment goed oplet, dan kan je getuige zijn van één van de mooiste en meest opvallende voortplantingsstrategieën onder de Loricariidae specifiek en onder aquariumvissen in het algemeen. De mannetjes zullen op dit moment namelijk proberen om met hun staart filamenten (de ‘slierten’ die ze dragen boven en onder aan de staart) de vrouwtjes het hol in te lokken. Toont een vrouwtje interesse, dan zal zij schuin naast het leghol gaan liggen en zullen de staart filamenten van zowel man als vrouw in elkaar haken en elkaar betasten. Dit proces kan meerdere uren in beslag nemen. Uiteindelijk zal de vrouw het hol betreden en verspert de man haar de uitgang. Ze zal tot afzetten van de eitjes gedwongen worden en mag daarna het hol weer verlaten. De man neemt de taak van verzorger op zich en zal pas weer het hol verlaten en eten als de jongen beginnen uit te komen. De vader is een zeer goede vader! Hij zal er alles aan doen om zijn broed te beschermen. In tegenstelling tot Hypancistrus en Peckoltia soorten, eten Panaques nooit hun eigen eitjes of jongen op. Wel kan het gebeuren dat de man de eitjes uit het leghol gooit. Dit gebeurd meestal als de man te veel verstoord wordt, of als de waterkwaliteit plotseling erg achteruit gaat.

De eitjes komen na 6 of 7 dagen uit en de jongen teren daarna nog ongeveer 12 dagen op hun dooierzak, afhankelijk van de temperatuur die men hanteert. Meteen als de dooierzak op is, moet er hout in de kweekbak of opvoedbak aanwezig zijn. Zonder hout zullen veel jongen sterven en als ze het wel overleven, groeien ze aanzienlijk langzamer. Na 4 weken zullen de jongen al tegen de 2 cm aan tikken! En zoals gezegd zijn de jongen prachtig van kleur, veel mooier dan de ouders en dat moet toch wel heel gaaf zijn, een kweekbak vol met zwart goud!

Afbeelding
Geplaatst: 12 maart 2009, 13:08
van: Opzichter
Gewijzigd: 17 jan 2010, 21:51
van: Opzichter
Bekeken: 774

[ Toon onderwerp ]

Keer terug naar Dieren